Ik word geboren in Gdynia, Polen, in 1969. Mijn vader is ook geboren in Polen. Zijn ouders wonen op een boerderij. Er is geen stromend water en bij gebrek aan geld wordt elektriciteit nagenoeg niet gebruikt. Ze stoken en koken op houtblokken. Dat is de ene helft van onze familiegeschiedenis.

Mijn moeder is Nederlands en kan niet aarden in het grauwe communistische bestaan. Ze gaat terug naar Nederland om te werken want er is geld nodig voor ons levensonderhoud. Eens per maand rijdt ze in een klein autootje op en neer naar Polen, waar ik achterblijf bij mijn vader. Wij zitten gevangen achter het IJzeren Gordijn.

Wanneer ik net op eigen benen heb leren staan en mijn eerste Poolse woordjes spreek, verhuizen mijn ouders naar Nederland. Daar woont mijn oma en vanaf nu wij ook, op de zolderverdieping. Veel kan ik me er niet van herinneren, maar volgens mij hadden we het niet breed. Wanneer we later naar een eigen at verhuizen, verhuist oma met ons mee. Ik groei op met mijn oma. Ze geeft me liefde en aandacht en ze gelooft onvoorwaardelijk in mij.

Van kleins af aan slaap ik slecht. In nachtmerries zie en voel ik aanwezigheid van ‘dingen’. Als kleine jongen heb ik een grote interesse in geesten, helderziendheid en de wereld van het onzichtbare. Wanneer we een klassengesprek hebben over ‘wat je later wilt worden’, meld ik de juf: tovenaar en miljonair. De juf vindt dat ik haar niet serieus neem. Dat gevoel is wederzijds.

Elk kind van zeven begrijpt dat je tovenaar kunt worden. Maar hoe kon ik weten dat ik ook miljonair wilde worden? Dat kon ik niet. Als je zo jong bent heb je nog maar weinig besef van geld, ook niet van geluk. Toch kunnen ogenschijnlijk onbeduidende gebeurtenissen een diepe indruk achterlaten. Ze kunnen van groot belang zijn voor je latere leven. Ik ontdek bijvoorbeeld dat er een verschil is tussen mijn oom Johannes en de meeste andere mensen. Hij is de uitzondering van de familie: oom Johannes is rijk. Dat is zichtbaar door een groot vrijstaand landhuis met zwembad en zijn kantoor met marmeren vloeren en kristallen kroonluchters. De glitter en glamour hebben een magische aantrekkingskracht op me. Een paar jaar later ontdek ik ook het verschil tussen zijn luxe Daimler Double Six en het wagenpark van mijn ouders: een Volvo en een Lada.

Wij hebben het goed, net als de rest van onze familie en de meeste mensen in onze straat. In vergelijking met Polen is ons leven in Nederland een paradijs. Dat ontdek ik wanneer we voor het eerst sinds ons vertrek in 1971 teruggaan gaan naar mijn geboorteland. Het is 1980, ik ben tien jaar. Oost-Europa wordt nog steeds omringd door het IJzeren Gordijn. Voor winkels staan rijen mensen, er is schaarste. Voedsel is alleen verkrijgbaar op de bon. De overheid bepaalt wie wat krijgt, het communisme verdeelt alles zogenaamd eerlijk. Ik voel me een vreemdeling.

We brengen een bezoek aan een oudtante. Ze woont in een grijs flatgebouw. In de kleine woonkamer staan een houten tafel en vier stoelen. Er hangt een schilderij van Jezus en Maria, verder zijn de muren kaal. We worden hartelijk ontvangen door mijn oudtante en ontelbaar veel andere mensen die allemaal familie blijken te zijn. Iedereen wil het kind uit Holland zien. De tafel staat vol zelfgebakken brood, taart en koekjes. De gastvrijheid is indrukwekkend. Oude vrouwtjes zoenen mijn wangen, knijpen in mijn handen en kijken me met glunderende ogen aan. Ze praten honderduit, ik lach vriendelijk en verlegen. Ik versta er niets van maar begrijp dat ze blij zijn. Dit moment heeft me doen begrijpen dat het Poolse familiegeluk van toen zuivere liefde was. Hun vreugde was authentiek.

Op een gegeven moment maakt mijn vader duidelijk dat ik niet alle lekkernijen mag opeten. De oude tante had met haar broers en zussen dagenlang eten opgespaard om alles wat ze hadden met ons te kunnen delen. Pas jaren later begrijp ik de onschatbare waarde van deze levensles: als je bereid bent om met vreugde alles wat je hebt te delen, wordt je hart vervuld met zuiver geluk. Ik leer ervan dat rijkdom niet gaat om hoeveel je bezit maar om hoeveel je geeft. Maar ook ontdek ik dat geld in grote mate je leefcomfort bepaalt.

Geld maakt misschien niet gelukkig, het bepaalt wel grotendeels de koers van je leven. Oom Johannes is zakenman. Hij handelt in buitenlands geld, voornamelijk Amerikaanse dollars. Hij heeft geen baan en geen baas, hij verdient veel geld. Totdat er iets fout gaat. Hij neemt risicovolle handelsposities in met desastreuze gevolgen. Van de ene op de andere dag heeft hij geen luxe auto meer, geen geld, geen vrienden, zelfs geen huis. Hij trekt bij ons in. De enige plek voor een extra bed is in mijn zolderkamer. Veel is hij er niet. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat is hij in de weer. Een enkele keer eet hij met ons mee. Hij zit naast me en kijkt me in de ogen. ‘Wat er ook gebeurt, nooit meer arm,’ zegt hij tegen me. Die blik ben ik nooit vergeten.

Met een oud barrel rijdt hij door Europa om allerlei handel in te kopen en te verkopen. De schamele inkomsten zijn net voldoende om te kunnen overleven. Een jaar later is hij directeur van een groot bedrijf. Hij werkt dag en nacht en zijn levensstandaard is snel terug op zijn oude niveau. Kort na zijn nieuwe succes overlijdt hij aan een hartaanval. Oom Johannes, echt goed heb ik hem nooit gekend, maar hij maakte een onuitwisbare indruk op me. Door hem koos ik voor een rijk leven.

LEEF JE MOOISTE LEVEN,
Michael Pilarczyk

Design Your Own Life
Deze gratis online cursus zal je inzichten geven over je eigen denkwijze en over je gedrag. Het resultaat? Meer geluk, succes en innerlijke rust in je leven.

Klik hier om je aan te melden!